Wat is een kerkdienst?

Een kerkdienst kan simpel worden omschreven als een ontmoeting tussen God en zijn volgelingen, zijn gemeente. Ook is het een ontmoeting tussen de gemeenteleden onderling. Centraal staat hierbij de communicatie: Deze vindt over en weer plaats op een aantal manieren:

De inhoud van een kerkdienst

De vorm waarin de kerkdienst wordt uitgevoerd, wordt ook wel “liturgie” genoemd. De volgorde waarin bepaalde zaken aan bod komen tijdens een kerkdienst kan van kerk op kerk verschillen. Daarnaast kan het zo zijn dat niet alle punten in iedere kerkdienst aan bod komen. Hieronder willen we de hoofdpunten uit de liturgie aan bod laten komen.

Binnenkomst

Voor aanvang van de dienst is er doorgaans orgelspel. Zodra het orgel stopt met spelen zijn de aanwezigen stil en komen de kerkenraad en de voorganger de kerk binnen. De ouderling van dienst (de ouderling die voor die dag de leiding heeft over de kerkdienst), neemt het woord en leest eventuele mededelingen voor die de hele gemeente aangaan (wie is de predikant die ochtend, wie gaat er voor in de middagdienst, staan er vergaderingen of eventuele andere samenkomsten op de agenda, etc. Etc.). Na de mededelingen wenst de ouderling van dienst de gemeente een gezegende dienst toe, waarna hij de voorganger de hand schudt, waarmee hij het vertrouwen van de kerkenraad uitspreekt naar de voorganger.

(Gezongen) Votum

Het woord votum komt uit het latijn en betekent eigenlijk belofte of toewijding. De gemeente zingt hierbij woorden die we kunnen terugvinden in het bijbelboek Psalmen: ”Onze hulp is in de naam van Heer, Die hemel en aarde gemaakt heeft.(Psalm 124:8; NBG)
De gemeente spreekt hiermee een geloofsbelijdenis uit waarmee de afhankelijkheid wordt uitgesproken van God in alles en dus ook in de kerkdienst.

Groet

De voorganger steekt een hand op of spreidt beide handen naar de gemeente uit en spreekt de woorden uit die o.a. staan in 1Korinthiërs 1:3. Woorden van Paulus die vaker gebruikt worden in zijn brieven. “Genade zij u en vrede van God de Vader en van onze Heer Jezus Christus, in de gemeenschap met de Heilige Geest.” Deze woorden zijn dus niet van de voorganger zelf maar komen uit het woord van God, de bijbel. Het wil eigenlijk zeggen dat God zelf zijn gemeente tegemoet komt met genade en vrede aan het begin van de dienst. Doorgaans sluit de gemeente de groet af met een gezongen “Amen”.
Wij zijn gewend om tijdens het Votum en de groet te staan.

De tien geboden of de wet

Op een vast moment in de kerkdienst (dat moment is afhankelijk van de gekozen liturgie), leest de voorganger de tien geboden voor zoals die in de bijbel staan in Exodus 20 of Deuteronomium 5. Soms wordt ook de samenvatting van de wet gelezen zoals Jezus die woorden sprak en die staan in Mattheüs 22: 37-40. Deze tien geboden en wet vertegenwoordigen de leefregels die God van zijn volgelingen verlangt.

De bijbel- (schrift-) lezing

In alle kerkdiensten worden er één of meer bijbel-lezingen, (ook wel schriftlezingen genoemd) gedaan. Dat betekent dat er een stuk wordt voorgelezen uit het Woord van God de bijbel. God maakt van de bijbel gebruik om Zichzelf aan ons bekend te maken: Hij spreekt tot ons vanuit de bijbel. Op die manier leren we Hem beter kennen.
Meestal leest iemand anders dan de predikant het Bijbelgedeelte voor. Deze tekst verschijnt ook op de beamer zodat iedereen kan meelezen.

De preek

De preek is eigenlijk de uitleg van de bijbellezing die heeft plaatsgevonden, door de voorganger. Hij/zij diept uit wat er met de bijbelgedeelten wordt bedoeld en plaatst dit in historisch en soms ook hedendaags perspectief.
Bij de uitleg van het bijbelgedeelte wordt het Evangelie, de blijde boodschap van de dood en de opstanding van Jezus Christus, bekendgemaakt. Door de preek, door de voorganger heen, spreekt God tot ons: De voorganger mag dan namens God de gemeente troosten, tot inkeer brengen en moed geven.

Het gebed

Bidden is praten met God. Dat kan tijdens de dienst gebeuren door middel van stil gebed, iedereen bidt in stilte voor zichzelf tot God, door middel van een gebed dat de voorganger uitspreekt namens de gemeente of door middel van een gezamenlijk gebed, vaak gedaan aan het einde van het gebed dat de voorganger uitspreekt.
In het gebed kunnen verschillende zaken aan bod komen:

Wij zijn gewend te bidden met onze handen samengevouwen (of openliggend op schoot) en met onze ogen dicht. In andere landen en / of kerken zijn daarin weer andere gewoontes.
Het gebed eindigt altijd met het woord “Amen”. Vaak spreken (sommige) aanwezigen dit amen hardop uit.

Het zingen

In alle kerkdiensten worden liederen gezongen. Dit kunnen psalmen, gezangen en opwekkingsliederen zijn. De liederen staan als bijlage achter in de bijbel of in het liedboek, in een opwekkingsbundel of staan op een liturgie afgedrukt. In deze gemeente wordt gebruik gemaakt van een beamer waardoor we de liederen kunnen lezen op het scherm. Augustinus, een kerkvader uit de eerste eeuwen van (354-430) zei ooit: “Zingen is twee keer bidden” Hij bedoelde daarmee dat je er met lichaam en ziel aan mee doet. Door het zingen hebben we contact met God en met elkaar. De zang wordt doorgaans begeleid door een kerkorgel, maar tegenwoordig ook vaak met andere instrumenten of een band.
Wij zijn gewend om bij het eerste lied in een dienst (direct na Votum en Groet) te staan en ook bij het laatste lied in een dienst. Na dat laatste lied volgt de zegen, waarbij we blijven staan.

De collecte

Tijdens de kerkdienst wordt er geld ingezameld door de diakenen. Dit geld wordt gebruikt om binnen en buiten de gemeente in te zetten voor hulp aan hen die dat nodig hebben. Het laat zien dat een kerkdienst gevolgen heeft in het gewone leven. We leren dat, wanneer wij bij God mogen horen, ons leven niet meer van ons zelf is. Dat heeft ook gevolgen voor de besteding van ons geld. Dat behoort God toe, want alles wat wij hebben, hebben wij van Hem gekregen. Met het geven van geld helpen wij elkaar en de wereld om ons heen, omdat God die wereld op het oog heeft. Wanneer de gemeente anderen helpt, is zij een teken van het goede, dat God voor mensen in petto heeft.
Iedereen kan uiteraard zelf kiezen of hij iets wil geven en hoeveel.

De sacramenten

In sommige kerkdiensten zullen sacramenten bediend worden. In de uitvoering van een sacrament komt God tot Zijn gemeente.

Doop

Zo kunnen kinderen en volwassen mensen gedoopt worden. De doop is een teken en zegel van het verbond dat God met ons heeft gesloten. Het verbond is Gods manier van spreken waarmee Hij zegt: Ik kom naar jullie toe. Het verbond is een belofte dat God er altijd voor je is, dat Hij je beschermt en dat je altijd bij Hem terug kunt komen. Hij neemt jou aan als Zijn kind.

Avondmaal

Het andere sacrament dat wordt bediend in onze kerk is het Heilig Avondmaal. Dit wordt op regelmatige basis (zo’n 5 tot 6 keer per jaar) gevierd.
Tijdens het Heilig Avondmaal, maar ook tijdens de andere onderdelen van een avondmaalsdienst, staan we stil bij het sterven van de Here Jezus, het lijden dat Hij heeft doorstaan om het weer goed te maken tussen God en ons, mensen, en onze rol daarin. Tegelijk vieren we dat we dankzij Jezus’ sterven weer met God in het reine zijn gekomen en vanuit Zijn liefde mogen leven.
Het avondmaal is een soort maaltijd, waarbij we dus ook aan een tafel voor in de kerk zitten. Een ouderling loopt door de kerkzaal en nodigt iedereen uit om aan tafel te komen.
In onze gemeente hebben we geen ‘open’ avondmaal. Dat houdt in dat gasten in principe alleen kunnen deelnemen aan het avondmaal als zij hier van tevoren toestemming voor hebben gevraagd aan de kerkenraad. Dit kan dmv een telefoontje aan de scriba en/of een gesprek met een ouderling of de predikant voorafgaand aan de dienst.

De geloofsbelijdenis

Soms zal de geloofsbelijdenis door de voorganger uitgesproken worden of door de gemeente hardop opgezegd of gezongen. De geloofsbelijdenis is een samenvatting van wat christenen eigenlijk geloven. Deze luidt:

“Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;
Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel;
op de derde dage opgestaan uit de doden;
opgevaren naar de hemel, zittend aan de rechterhand van God, de almachtige Vader
van daar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen;
vergeving van de zonden; de wederopstanding van het vlees;
en een eeuwig leven”.

De geloofsbelijdenis wordt afgesloten met het woord “Amen”, wat betekent; het is waar en zeker.
Wij zijn gewend om tijdens de geloofsbelijdenis te gaan staan.

De zegen

Aan het eind van dienst mag de voorganger de zegen meegeven aan de gemeente.
Als de zegen wordt uitgesproken spreidt de voorganger zijn handen uit over de gemeente. De zegen bestaat uit woorden die rechtstreeks uit de bijbel komen en staan in 2Korinthiërs 13:12-13
“De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. ”
Hiermee wordt ons beloofd, dat als wij hierna naar huis gaan en het leven van alledag weer oppakken, God met ons mee zal gaan met Zijn liefde.
De gemeente beantwoordt deze zegen dan met een gezongen “Amen”.
Ook bij de zegen zijn wij gewend te staan.

De kerk uitgaan

Na de zegen krijgt de voorganger weer een hand van de ouderling van dienst. De verantwoordelijkheid voor de gemeente ligt dan weer bij de kerkenraad. Na de dienst wordt er vaak tijd gemaakt voor onderlinge aandacht en ontmoeting, regelmatig ook onder het genot van een kopje koffie of thee. Grote kans dat je op dat moment wordt aangesproken door mensen. Maar maak zelf ook gerust kennis met anderen en voel je vrij om vragen te stellen!

Bijbelklas en crèche

Tijdens de ochtenddienst is er een bijbelklas voor kinderen van ongeveer 4 tot 8 jaar.
Voor jongere kinderen is er een crèche aanwezig.